Share this content

Ieder jaar melden 15.000 startups zich aan bij een van de groeiprogramma’s van Startupbootcamp. “Wij kijken in de garages van deze wereld en kunnen daardoor trends zien aankomen”, zegt medeoprichter Patrick de Zeeuw in gesprek met Ronnie Overgoor.

In samenwerking met 7 Ditches TV

De Zeeuw keek in 2009 achter de schermen bij de Amerikaanse groeiprogramma’s van TechStars en Y Combinator en werd daar naar eigen zeggen met open armen ontvangen. Maar toen De Zeeuw voorstelde om TechStars naar Europa te brengen, deinsten de Amerikanen daarvoor terug. “Dat merk zomaar aan een Hollander geven, dat vonden ze een beetje eng.“ De Zeeuw vloog hoe dan ook geïnspireerd terug naar Nederland en startte in 2010 samen met Ruud Hendriks en twee twee Deense ondernemers zijn eigen accelerator.

Die is inmiddels uitgegroeid tot een heuse multinational, met vestigingen in onder meer Amsterdam, Eindhoven, Berlijn, New York en Singapore. Buiten de VS is Startupbootcamp volgens De Zeeuw “de meest actieve” accelerator. Niet per se de meest succesvolle, “dat laat ik graag door andere mensen beoordelen”.

Selectie

Jaarlijks melden zich 15.000 startups aan. Die schrijven zich in voor een van de 15 programma’s op het vlak van bijvoorbeeld fintech, e-commerce en ‘digital health’. Na een eerste selectie blijft er per programma een shortlist over van 40 ondernemers. Die brengt Startupbootcamp met een netwerk van ongeveer 100 beoordelaars terug tot een definitieve groep van 10, die drie maanden gaan versnellen.

Die snelheid is essentieel voor een startup, zegt De Zeeuw. “Als je weet te versnellen, dan is de kans op succes groter.” Vergelijk het met een corporate, zegt hij. “Die hebben mooie grote gebouwen en veel mensen in dienst met mooie salarissen en lease-auto’s. Dat heeft een startup allemaal niet, maar die heeft snelheid.”

Trends

Om te leren van startups en potentiële investeringskandiaten te scouten stappen per groeiprogramma corporates in als partner, zoals Cisco bij Internet of Things-programma. “Door die 15.000 startups die we door ons systeem zien komen zien we wat er over 12 tot 18 maanden op de markt komt. Wij kijken in de garages van deze wereld en kunnen daardoor trends zien aankomen.” Om hier op aan te haken betalen corporates inmiddels “serieuze bedragen” per jaar, zegt De Zeeuw. Ieder groeiprogramma kost ongeveer een miljoen per jaar.

Met die investering binden grote bedrijven zich minstens 3 jaar aan Startupbootcamp en bouwen De Zeeuw en co. een “innovatie-ecosysteem” met ook een groep specialisten die startups coachen (‘mentoren’). Geld verdient Startupbootcamp ook door het concept aan te bieden bij corporates zelf, die met eigen teams gaan “ondernemen”.

Exits

Startupbootcamp neemt een belang van 8 procent in iedere startup. Na zo’n 4 tot 8 jaar weet De Zeeuw of zo’n investering heeft gerendeerd. De afgelopen 4 jaar maakten Startupbootcamp-startups 7 exits, waarbij Startupbootcamp uitstapt als aandeelhouder na de verkoop van een startup aan een groot bedrijf of bij een nieuwe investeringsronde. De bedoeling is om gemiddeld 8 jaar aandeelhouder te blijven. “Het is geen doel om te verkopen.”

Een recent succesverhaal is het Berlijnse Relayer, die een in november een financieringsronde van 11 miljoen euro ophaalde.

Falen

Maar natuurlijk zijn er ook mislukkingen, en dat is volgens De Zeeuw vaak aan grofweg twee factoren te wijten: de markt is er nog niet klaar voor, of de oprichters vliegen elkaar in de haren.

“Dan gaat er veel energie naar dat conflict, en niet naar de business.” Dat probeert Startupbootcamp voor te zijn met ‘pre-mediation’. “Op het moment dat er problemen dreigen dan weten ze dat ze naar iemand toe kunnen waar ze al eerder mee hebben gesproken, en die de situatie al kende toen het bedrijf het prima deed en de founders nog prima met elkaar communiceerden. Van de 70 bedrijven in Amsterdam hebben er zeker 10 van de ondergang gered.”

Personeel

Verkeerd personeel aannemen is ook een valkuil. Die nemen bijvoorbeeld een hooggeplaatste salesmedewerker aan van een corporate. Hét recept voor een mislukking, zegt De Zeeuw. “Je doet bij een startup geen sales, je doet customer development, ja gaat met klanten praten over hun problemen. Je kan pas sales gaan doen als je een product hebt dat nergens meer rammelt. Dat is meestal pas na twee, drie jaar.”

De oprichters van Startupbootcamp plannen zelf elk halfjaar ook zo’n sessie, zegt De Zeeuw. Met iemand die “een beetje gaat prikken over de irritaties die er misschien bij mij of Ruud zitten”.

Kinderen

Internet heeft ondernemerschap ‘geliberaliseerd’, zegt de ondernemer. “Toen ik in 1999 een website liet bouwen kostte dat bijna een miljoen euro. Mijn zoontje zet dat nu in een weekendje in elkaar.” Wel ziet De Zeeuw nog een groot gat tussen de kennis die jongeren opdoen op school en de behoefte in de markt. De ondernemer staat af en toe voor de klas met een “ieniemienie-versie van het business model canvas” waarbij kinderen hun eigen speelgoedwinkel kunnen opzetten.

Om het kennisgat te verkleinen en startups makkelijker aan personeel te helpen lanceerde Startupbootcamp eind vorig jaar het Talent Institute. Daar worden nu 15 studenten die niet aan een baan kunnen komen klaargestoomd voor een carrièreswitch naar een startup.